Als je kanker hebt, kan het soms voelen alsof de wereld niet eerlijk is. Misschien vraag je je af: “Waarom ik?” Of je ziet andere kinderen naar school gaan, sporten, met vrienden afspreken en gewoon leuke dingen doen, terwijl jij veel tijd kwijt bent aan onderzoeken, behandelingen en ziekenhuisbezoeken.

Het is heel normaal als je daar verdrietig, boos of jaloers van wordt. Kanker is niet jouw schuld. En het is ook niet raar als je soms even helemaal klaar bent met ziek zijn.

Waarom voelt kanker zo oneerlijk?

Kanker kan je leven ineens veranderen. Dingen die vroeger vanzelfsprekend waren, kunnen opeens moeilijk worden.

Misschien moet je vaak naar het ziekenhuis. Je kunt moe zijn door de behandeling of je haar verliezen. Soms kun je een tijdje niet naar school of kun je minder met vrienden afspreken.

Ondertussen gaat het leven van anderen gewoon door.

Dat verschil kan ontzettend oneerlijk voelen.

Je kunt denken:

Op zulke vragen bestaat niet altijd een antwoord. En dat kan extra moeilijk zijn.

Je hebt niets verkeerd gedaan

Misschien denk je soms dat je iets hebt gedaan waardoor je kanker hebt gekregen. Dat is belangrijk om te weten: kanker krijgen is niet jouw schuld.

Je bent niet ziek geworden omdat je iets verkeerd hebt gedaan.

Ook als je gezond at, veel buiten speelde of juist heel weinig sportte, betekent dat niet dat jij verantwoordelijk bent voor je kanker.

Kanker kan kinderen en jongeren overkomen zonder dat ze daar zelf iets aan kunnen doen.

Je mag boos zijn

Sommige mensen denken dat je altijd positief moet blijven als je kanker hebt.

Maar dat hoeft helemaal niet.

Je mag boos zijn.

Je mag verdrietig zijn.

Je mag bang zijn.

Je mag zeggen: “Ik vind dit echt ontzettend stom.”

Je hoeft niet iedere dag dapper te zijn. Soms heb je gewoon een slechte dag. Dat maakt je niet zwak.

Sterker nog: het kan juist helpen om te vertellen wat je voelt.

Jaloezie betekent niet dat je een slecht persoon bent

Misschien ben je soms jaloers op kinderen die gezond zijn.

Zij kunnen naar school. Zij kunnen met vrienden spelen. Zij hoeven misschien niet steeds naar het ziekenhuis.

Als je daar jaloers op bent, betekent dat niet dat je iemand iets slechts gunt.

Het betekent vaak gewoon dat je verlangt naar je eigen normale leven.

Je kunt blij zijn voor een vriend én tegelijkertijd verdrietig zijn omdat jij zelf niet mee kunt doen.

Twee gevoelens kunnen namelijk tegelijkertijd bestaan.

Waarom anderen soms niet begrijpen hoe jij je voelt

Mensen om je heen kunnen heel lief voor je zijn, maar toch niet precies begrijpen hoe het is om kanker te hebben.

Een vriend kan bijvoorbeeld zeggen:

“Het komt vast allemaal goed!”

Dat is waarschijnlijk goed bedoeld. Toch kan het vervelend zijn als jij je juist heel onzeker voelt.

Je hoeft dan niet te doen alsof je je goed voelt.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Ik weet dat je me wilt helpen, maar ik vind het soms gewoon moeilijk.”

Daarmee vertel je iemand wat jij nodig hebt.

Je bent meer dan je kanker

Kanker kan een groot onderdeel van je leven worden. Toch ben jij niet alleen maar “het kind met kanker”.

Je bent nog steeds jezelf.

Je bent misschien:

Kanker is iets wat je hebt. Het is niet wie je bent.

Ook tijdens je behandeling mag je blijven doen wat bij jou past, als dat mogelijk is.

Je hoeft niet altijd sterk te zijn

Misschien hoor je regelmatig dat je “sterk” bent.

Dat kan fijn zijn om te horen, maar soms kan het ook voelen alsof je niet verdrietig of bang mag zijn.

Sterk zijn betekent namelijk niet dat je nooit huilt.

Sterk zijn kan ook betekenen dat je zegt:

“Ik ben bang.”

Of:

“Vandaag lukt het even niet.”

Of:

“Kun je bij me blijven?”

Hulp vragen is geen zwakte.

Praat over wat je oneerlijk vindt

Als kanker oneerlijk voelt, kan het helpen om erover te praten.

Je kunt praten met je ouders, een broer of zus, een vriend(in), verpleegkundige, arts, psycholoog of iemand anders die je vertrouwt.

Je hoeft niet precies te weten hoe je moet uitleggen wat je voelt.

Je kunt gewoon beginnen met:

“Ik vind het allemaal zo oneerlijk.”

Dat is al genoeg om een gesprek te beginnen.

Ook kleine leuke momenten blijven belangrijk

Als je ziek bent, kan het soms lijken alsof alles draait om kanker.

Onderzoeken. Medicijnen. Afspraken. Het ziekenhuis.

Daarom zijn kleine momenten die niets met kanker te maken hebben juist belangrijk.

Een film kijken.

Een spel spelen.

Met je huisdier knuffelen.

Een berichtje krijgen van een vriend.

Samen lachen.

Je favoriete eten eten.

Even naar buiten als dat kan.

Deze momenten maken je kanker niet ongedaan, maar ze kunnen je dag wel een beetje fijner maken.

Het is oké als je gevoelens veranderen

De ene dag kun je je sterk voelen.

De volgende dag kun je boos of verdrietig zijn.

Daarna voel je je misschien weer vrolijk.

Dat is normaal.

Gevoelens veranderen. Je hoeft niet te kiezen voor één gevoel.

Je kunt tegelijkertijd hopen dat de behandeling goed werkt én bang zijn.

Je kunt blij zijn met bezoek én daarna heel moe zijn.

Je kunt lachen om een grap én later verdrietig worden.

Alles wat je voelt, mag er zijn.

Wanneer moet je hulp vragen?

Soms worden verdriet, angst of boosheid zo groot dat het moeilijk wordt om er alleen mee om te gaan.

Merk je bijvoorbeeld dat je bijna nergens meer plezier uit haalt, je je voortdurend angstig of verdrietig voelt, slecht slaapt of niet meer weet hoe je met alles moet omgaan? Vertel dit dan aan een volwassene die je vertrouwt.

Je hoeft dit niet alleen te dragen.

Hulp vragen betekent niet dat het slecht met je gaat. Het betekent dat je steun verdient.

Jij mag gewoon jij zijn

Ook als je kanker hebt, mag je dromen over later.

Je mag plannen maken.

Je mag verliefd worden.

Je mag lachen om flauwe grappen.

Je mag boos worden op je ouders.

Je mag je vervelen.

Je mag gamen.

Je mag naar muziek luisteren.

Je mag dromen over wat je later wilt worden.

Je mag gewoon jij zijn.

Kanker kan tijdelijk heel veel ruimte innemen in je leven, maar het hoeft niet alles over jou te bepalen.

Conclusie: kanker is soms gewoon ontzettend oneerlijk

Waarom kanker soms zo oneerlijk voelt? Omdat het je dingen kan afpakken waar je helemaal niet om hebt gevraagd. School, sporten, vrienden zien, vrijheid en het gevoel dat je leven normaal is.

Het is logisch dat je daar boos, verdrietig of gefrustreerd over kunt zijn.

Je hoeft niet te doen alsof het allemaal meevalt. Je hoeft ook niet altijd sterk te zijn.

Onthoud vooral dit:

Jij hebt niet gevraagd om kanker. Het is niet jouw schuld. En je bent veel meer dan je ziekte.

Praat over wat je voelt, zoek mensen bij wie je jezelf kunt zijn en blijf – wanneer dat kan – ruimte maken voor de dingen die jou gelukkig maken.

Want ook tijdens kanker ben jij nog steeds gewoon jij.