Als je kanker hebt, kan een behandeling best spannend zijn. Misschien moet je binnenkort weer naar het ziekenhuis voor een prik, onderzoek, medicijnen, een infuus of een andere behandeling.

En misschien denk je al dagen van tevoren:

“Ik wil niet.”
“Straks doet het weer pijn.”
“Wat gaat er deze keer gebeuren?”
“Ik ben bang dat ik het niet aankan.”

Weet dan dit: bang zijn voor je volgende behandeling is helemaal niet gek.

Je hebt misschien al dingen meegemaakt die niet leuk waren. Daardoor kan je lichaam zich de volgende keer al voorbereiden op iets spannends. Angst kan er zelfs voor zorgen dat je buik pijn doet, je hart sneller klopt, je gaat zweten of slecht slaapt. Angst kan zich dus niet alleen in je hoofd voelen, maar ook in je lichaam.

Waarom ben ik zo bang voor mijn volgende behandeling?

Misschien weet je nog hoe een vorige behandeling voelde.

Je herinnert je bijvoorbeeld een prik die pijn deed, een onderzoek dat spannend was of een moment waarop je misselijk of verdrietig werd.

Je hersenen kunnen zo’n herinnering bewaren. Wanneer je hoort dat je opnieuw naar het ziekenhuis moet, kan je lichaam reageren alsof het gevaar alweer dichtbij is.

Je kunt dan bijvoorbeeld:

Dat betekent niet dat je zwak bent.

Het betekent dat je iets spannend vindt wat je al eerder hebt meegemaakt.

Het is oké om bang te zijn

Misschien hoor je mensen zeggen:

“Je bent toch al vaker behandeld?”

Maar daardoor hoeft het niet minder spannend te worden.

Elke behandeling kan anders voelen. En ook als je een behandeling al tien keer hebt gehad, mag je de elfde keer nog steeds bang zijn.

Je hoeft niet stoer te doen.

Je mag zeggen:

“Ik ben bang.”

Dat is juist belangrijk.

Als je vertelt waar je bang voor bent, kunnen je ouders, verpleegkundige, arts of andere hulpverleners beter met je meedenken.

Vertel wat jij spannend vindt

Misschien ben je vooral bang voor de prik.

Of voor pijn.

Of voor misselijkheid.

Of voor het wachten.

Of voor het moment waarop je niet weet wat er gaat gebeuren.

Of misschien ben je bang dat je slecht nieuws krijgt.

Vertel zo precies mogelijk wat er door je hoofd gaat.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Ik ben vooral bang voor de prik.”

Of:

“Ik vind het eng als ik niet weet wat er gaat gebeuren.”

Of:

“Ik ben bang dat ik weer zo ziek word als de vorige keer.”

Je hoeft niet zelf een oplossing te hebben. Het is genoeg om te vertellen wat je voelt.

Je mag vragen stellen

Soms wordt een behandeling extra eng doordat je niet precies weet wat er gaat gebeuren.

Vraag daarom gerust:

Je hebt misschien niet op iedere vraag meteen een antwoord, maar vragen stellen kan ervoor zorgen dat iets minder onbekend voelt.

Maak een plan voor de spannende dag

Een klein plan kan helpen.

Bedenk vooraf wat jou kan helpen wanneer je bang wordt.

Misschien neem je mee:

🎧 je favoriete muziek
🎮 een spelletje
📱 je telefoon
🧸 een knuffel
📖 een boek
🎬 een filmpje
👨‍👩‍👧 iemand die je vertrouwt

Je kunt ook met je ouders of het behandelteam afspreken wat jullie doen als de angst heel groot wordt.

Bij kinderen met kanker worden onder andere ontspanning, afleiding en activiteiten die het gewone leven zoveel mogelijk laten doorgaan genoemd als manieren om met angst en spanning om te gaan.

Probeer rustig te ademen

Wanneer je bang bent, kan je lichaam helemaal “aan” gaan staan.

Je hart klopt sneller en misschien adem je sneller.

Probeer daarom rustig adem te halen.

Bijvoorbeeld:

Adem rustig in…

en langzaam weer uit.

Je hoeft niet meteen helemaal rustig te worden. Het doel is alleen om je lichaam een klein beetje te helpen ontspannen.

Je kunt dit al oefenen voordat je naar het ziekenhuis gaat.

Denk niet te ver vooruit

Als je weet dat je volgende week een behandeling hebt, kan je hoofd misschien al zeven dagen vooruit denken.

“Wat als dit gebeurt?”

“Wat als dat gebeurt?”

“Wat als ik pijn krijg?”

“Wat als ik het niet durf?”

Probeer jezelf terug te brengen naar vandaag.

Vandaag hoef je de behandeling nog niet te doen.

Vandaag mag je gewoon gamen, lachen, muziek luisteren, met vrienden praten, huiswerk maken of iets anders doen waar je blij van wordt.

Je hoeft niet iedere minuut bezig te zijn met kanker.

Je hoeft niet dapper te zijn op de manier die anderen verwachten

Dapper zijn betekent niet dat je nergens bang voor bent.

Dapper zijn kan ook betekenen dat je zegt dat je bang bent.

Of dat je toch naar binnen gaat terwijl je buik vol vlinders zit.

Of dat je een hand vasthoudt.

Of dat je vraagt om even te pauzeren.

Of dat je een verpleegkundige vertelt wat jij nodig hebt.

Je kunt dus tegelijkertijd bang én dapper zijn.

Als je bang wordt in het ziekenhuis

Stel dat je in het ziekenhuis bent en je angst ineens heel groot wordt.

Probeer het niet alleen te dragen.

Zeg bijvoorbeeld:

“Ik word nu heel bang.”

De mensen die jou behandelen weten dat behandelingen spannend kunnen zijn. Er zijn ook zorgverleners die speciaal kunnen helpen bij angst, spanning en pijn rondom medische behandelingen.

Je hoeft je niet te schamen.

En als de angst steeds groter wordt?

Soms blijft de angst niet alleen bij de behandeling.

Misschien ben je bijna iedere dag bang. Misschien slaap je slecht, trek je je terug of lukt het niet meer om gewone dingen te doen.

Dan is het belangrijk om dit te vertellen aan je ouders, arts, verpleegkundige of een andere volwassene die je vertrouwt.

Je hoeft niet te wachten totdat het écht niet meer gaat. Als angst veel invloed krijgt op je dagelijks leven, kan extra hulp nodig zijn.

Jij bent meer dan je behandeling

Misschien voelt kanker soms alsof alles om behandelingen draait.

Prikken.

Medicijnen.

Onderzoeken.

Wachten.

Ziekenhuis.

Maar jij bent nog steeds jij.

Je bent niet alleen een patiënt.

Je bent misschien iemand die van voetbal houdt, graag tekent, gek is op dieren, uren kan gamen, muziek maakt, graag met vrienden praat of gewoon lekker op de bank wil hangen.

Kanker is een deel van wat je meemaakt.

Het is niet wie jij bent.

Een kleine boodschap voor jou

Als je binnenkort weer een behandeling krijgt en je bent bang, onthoud dan:

Je hoeft niet te doen alsof je niet bang bent.

Praat erover.

Vraag om hulp.

Stel vragen.

Neem iets mee dat jou een veilig gevoel geeft.

En probeer stap voor stap door de spannende momenten heen te gaan.

Je hoeft niet de hele behandeling in één keer aan te kunnen.

Je hoeft alleen maar de volgende stap te zetten.

Conclusie: bang zijn betekent niet dat je zwak bent

Bang zijn voor de volgende kankerbehandeling is begrijpelijk. Zeker als je al nare of spannende ervaringen hebt gehad.

Je hoeft je daar niet voor te schamen.

Je mag bang zijn. Je mag huilen. Je mag vragen stellen. Je mag zeggen dat iets niet fijn voelt.

En misschien wel het belangrijkste:

Je hoeft het niet alleen te doen.

Praat met iemand die je vertrouwt en vertel wat er in je hoofd en lichaam gebeurt.

Want ook als je bang bent, ben je nog steeds sterk.

En je hoeft vandaag niet dapper te zijn voor morgen.

Vandaag ben jij gewoon jij. ❤️