Als je kanker hebt gehad of nog behandeld wordt, kan het soms moeilijk zijn om weer gewoon verder te gaan. Misschien ben je blij dat je behandeling klaar is. Maar ergens in je hoofd kan ook een andere gedachte zitten:

“Wat als mijn kanker terugkomt?”

Die gedachte kan ineens opduiken. Bijvoorbeeld als je naar het ziekenhuis moet voor een controle, als je ergens pijn voelt of als je iemand over kanker hoort praten. Je kunt daar heel bang, verdrietig of onzeker van worden.

Als je dit herkent: je bent niet de enige.

Waarom ben ik bang dat mijn kanker terugkomt?

Wanneer je kanker hebt meegemaakt, heb je misschien veel moeilijke momenten gehad. Onderzoeken, behandelingen, medicijnen, ziekenhuisbezoeken en misschien ook pijn.

Je lichaam en je hoofd kunnen die periode niet zomaar vergeten.

Daardoor kan een klein pijntje of een vreemd gevoel meteen een grote gedachte veroorzaken:

“Zou het weer kanker zijn?”

Ook controles kunnen spannend zijn. Misschien ben je vooraf al zenuwachtig voor de uitslag. Je weet misschien dat je arts goed naar je kijkt, maar toch blijft de angst aanwezig.

Dat betekent niet dat er iets mis met je is. Het betekent dat je iets heel moeilijks hebt meegemaakt.

Een pijntje betekent niet meteen dat je kanker terugkomt

Als je kanker hebt gehad, kun je extra goed letten op je lichaam. Een hoofdpijn, buikpijn of vermoeid gevoel kan dan ineens heel spannend voelen.

Maar kinderen en jongeren hebben, net als iedereen, soms gewone klachten. Je kunt bijvoorbeeld moe zijn omdat je slecht hebt geslapen of hoofdpijn hebben omdat je te weinig hebt gedronken.

Je hoeft dus niet bij ieder gevoel meteen te denken dat je kanker terug is.

Toch is het belangrijk om klachten die je niet vertrouwt te vertellen aan je ouders, verzorgers of arts. Zij kunnen samen met jou kijken wat er aan de hand is.

Controles kunnen spannend zijn

Misschien vind je de controles in het ziekenhuis moeilijk. De dagen ervoor kun je al zenuwachtig worden.

Je kunt bijvoorbeeld denken:

Deze spanning wordt soms ook wel scanxiety genoemd. Dat is een woord voor de angst en spanning rondom medische controles en uitslagen.

Het kan helpen om vooraf te vertellen dat je bang bent. Je hoeft tijdens een controle niet te doen alsof alles goed gaat.

Praat over je angst

Angst wordt vaak groter als je ermee alleen blijft zitten.

Vertel daarom iemand wat er in je hoofd zit. Dat kan je ouder zijn, een broer of zus, een vriend(in), een arts, verpleegkundige of iemand anders die je vertrouwt.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Ik ben bang dat mijn kanker terugkomt en ik weet niet goed hoe ik met die gedachte moet omgaan.”

Je hoeft het niet perfect uit te leggen. Alleen al vertellen dat je bang bent, kan een opluchting zijn.

Wat kun je doen als de angst ineens komt?

Soms komt de angst onverwacht. Bijvoorbeeld ’s avonds in bed of wanneer je alleen bent.

Probeer dan eerst even rustig adem te halen.

Adem langzaam in en daarna rustig weer uit. Doe dit een paar keer.

Je kunt ook proberen je aandacht naar iets anders te brengen. Luister naar muziek, kijk een filmpje, teken, lees, speel een spelletje of praat met iemand.

Een andere manier is om jezelf eraan te herinneren:

“Ik ben nu bang. Dat betekent niet dat mijn angst ook waar is.”

Een gedachte is namelijk niet hetzelfde als een feit.

Schrijf je vragen op

Als je vaak bang bent dat de kanker terugkomt, kan het helpen om je gedachten op te schrijven.

Je kunt bijvoorbeeld een lijstje maken met:

Neem je lijstje eventueel mee naar je volgende afspraak.

Zo hoef je niet alles uit je hoofd te onthouden.

Je mag ook weer plezier hebben

Na kanker kan het soms vreemd voelen om weer plezier te hebben.

Misschien denk je:

“Mag ik eigenlijk wel blij zijn als ik bang ben?”

Ja.

Je mag lachen. Je mag spelen. Je mag plannen maken. Je mag uitkijken naar een vakantie, verjaardag, schooldag of feestje.

En je mag tegelijkertijd bang zijn.

Blijdschap en angst kunnen naast elkaar bestaan.

Je hoeft niet iedere dag bezig te zijn met kanker.

Als de angst heel groot wordt

Soms blijft de angst steeds aanwezig. Misschien slaap je slecht, durf je minder dingen te doen of denk je bijna iedere dag aan kanker.

Dan is het belangrijk om hulp te vragen.

Vertel dit aan je ouders of verzorgers en aan iemand van je behandelteam. Een arts, verpleegkundige of psycholoog kan samen met jou kijken hoe je met deze angst kunt omgaan.

Je hoeft hier niet alleen mee te blijven rondlopen.

Jij bent meer dan je kanker

Kanker kan een groot deel van je leven zijn geweest. Misschien heeft het veel veranderd.

Maar jij bent niet alleen iemand die kanker heeft gehad.

Je bent ook gewoon jezelf.

Je houdt misschien van gamen, muziek, dieren, voetbal, tekenen, vrienden, films of iets heel anders. Je hebt dromen, plannen, grappige momenten en dagen waarop je nergens zin in hebt.

Kanker is een stukje van jouw verhaal.

Het is niet jouw hele verhaal.

Conclusie

Bang zijn dat je kanker terugkomt is heel begrijpelijk als je kanker hebt meegemaakt. Vooral controles, lichamelijke klachten of herinneringen aan je behandeling kunnen die angst opnieuw naar boven brengen.

Probeer je angst niet helemaal alleen te dragen. Praat erover met iemand die je vertrouwt en vertel je arts of verpleegkundige wanneer je je zorgen maakt.

En onthoud:

Een angstige gedachte is geen voorspelling.

Je mag bang zijn. Je mag vragen stellen. Je mag hulp vragen. En je mag ondertussen ook gewoon lachen, plezier maken en genieten van de dingen die voor jou belangrijk zijn.