Als je kanker hebt en een behandeling krijgt, kan er veel veranderen. Niet alleen hoe je je voelt, maar soms ook hoe je eruitziet. Een van de veranderingen die best heftig kan zijn, is haaruitval door chemotherapie.

Misschien wordt je haar dunner. Misschien valt het in plukken uit. Of misschien verlies je bijna al je haar. Dat kan verdrietig, boos of onzeker maken. En misschien vind je het helemaal niet erg. Welke gevoelens je ook hebt: ze zijn oké.

In dit artikel lees je wat haaruitval bij kanker kan betekenen en hoe je kunt omgaan met een uiterlijk dat tijdelijk verandert.

Waarom valt je haar uit bij kanker?

Bij sommige behandelingen tegen kanker kan je haar uitvallen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij bepaalde soorten chemotherapie. Niet iedere chemotherapie veroorzaakt haaruitval. Daarom kan je arts of verpleegkundige vertellen wat je bij jouw behandeling kunt verwachten.

Haaruitval begint vaak een paar weken na de start van de chemotherapie. Je kunt bijvoorbeeld haren op je kussen vinden of merken dat er tijdens het douchen steeds meer haren uitvallen. Ook kan je hoofdhuid gevoelig worden.

Niet alleen je hoofdhaar kan veranderen. Soms worden ook je wenkbrauwen, wimpers of andere lichaamsbeharing dunner.

Het kan best schrikken zijn als je haar uitvalt

Je haar hoort bij wie je bent. Misschien ben je trots op je lange haar, je krullen of je favoriete kapsel. Als je haar ineens verandert, kan het voelen alsof je een stukje van jezelf kwijtraakt.

Misschien kijk je in de spiegel en denk je:

“Dit ben ik niet.”

Of:

“Iedereen kan nu zien dat ik ziek ben.”

Dat soort gedachten kunnen heel normaal zijn. Haarverlies kan invloed hebben op hoe je naar jezelf kijkt en kan ervoor zorgen dat je je onzeker of kwetsbaar voelt.

Maar onthoud: jij bent nog steeds dezelfde persoon. Je humor, je dromen, je vrienden, je favoriete muziek en alles wat jou jou maakt, verdwijnen niet omdat je haar verandert.

Je mag verdrietig of boos zijn

Sommige mensen vinden het haarverlies heel erg. Andere kinderen denken vooral: als mijn haar maar weer terugkomt. En weer anderen vinden het eigenlijk wel grappig of interessant om een tijdje kaal te zijn.

Er is geen goede of foute manier om ermee om te gaan.

Je mag verdrietig zijn.

Je mag boos zijn.

Je mag onzeker zijn.

Je mag erom huilen.

Maar je mag ook zeggen:

“Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen.”

Iedereen reageert anders. Vergelijk jezelf daarom niet met andere kinderen met kanker.

Je haar kort knippen voordat het uitvalt

Sommige kinderen vinden het fijner om hun haar kort te laten knippen voordat het uitvalt. Daardoor kan de verandering minder groot voelen.

Misschien wil je zelf bepalen wanneer je je haar kort laat knippen. Je kunt er bijvoorbeeld een bijzonder moment van maken met je ouders, broer, zus of een vriend(in).

Je kunt ook een paar mooie foto’s maken van je haar voordat het verandert.

Maar je hoeft natuurlijk niets te doen wat je niet wilt.

Een pruik, muts, pet of sjaal

Als je haar uitvalt, kun je ervoor kiezen om je hoofd te bedekken. Misschien vind je een pruik fijn omdat je er dan ongeveer hetzelfde uitziet als voor je behandeling.

Een muts, pet of sjaal kan ook prettig zijn. Vooral als je het fijn vindt om zelf te bepalen hoeveel mensen van je ziekte zien.

Maar je hoeft je hoofd helemaal niet te bedekken.

Kaal zijn is niets om je voor te schamen.

Het belangrijkste is dat jij kiest waar jij je prettig bij voelt.

Wat als mensen naar je kijken?

Misschien merk je dat mensen naar je kijken als je geen haar hebt. Dat kan vervelend zijn.

Soms kijken mensen omdat ze nieuwsgierig zijn. Misschien weten ze niet wat ze moeten zeggen. Dat betekent niet automatisch dat ze iets slechts over je denken.

Je kunt zelf bepalen of je iets wilt vertellen.

Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen:

“Ik heb kanker en door mijn behandeling is mijn haar uitgevallen.”

Maar je kunt ook gewoon doorlopen.

Je hoeft niet iedereen uitleg te geven over jouw ziekte.

Wat kun je tegen klasgenoten zeggen?

Als je weer naar school gaat, kunnen klasgenoten vragen stellen over je haar.

Je kunt vooraf bedenken wat je wel en niet wilt vertellen.

Bijvoorbeeld:

“Mijn haar is uitgevallen door mijn behandeling. Het komt waarschijnlijk weer terug.”

Of:

“Ik wil er liever niet over praten.”

Allebei zijn prima.

Je kunt ook aan je ouders, leerkracht of iemand uit het ziekenhuis vragen om je te helpen met wat je tegen anderen kunt zeggen.

Je uiterlijk verandert, maar jij blijft jezelf

Wanneer je in de spiegel kijkt, zie je misschien een ander uiterlijk dan voordat je kanker kreeg.

Dat kan moeilijk zijn.

Toch betekent een ander uiterlijk niet dat jij een ander persoon bent.

Misschien helpt het om aandacht te geven aan dingen die je wél leuk vindt aan jezelf. Je ogen, je kleding, je schoenen, je lach, je favoriete pet of iets anders.

Je hoeft jezelf niet mooi te vinden op iedere dag. Sommige dagen zijn gewoon moeilijker dan andere.

Je nieuwe haar kan anders zijn

Goed nieuws: na de behandeling gaat je haar meestal weer groeien. Bij veel mensen begint het haar enkele weken tot maanden na de behandeling weer terug te komen.

Je nieuwe haar kan er anders uitzien dan vroeger.

Misschien krijg je ineens krullen terwijl je vroeger steil haar had. Of je haar wordt eerst dun en zacht. Ook de kleur kan anders zijn.

Dat kan even wennen zijn.

Maar je nieuwe kapsel kan uiteindelijk ook weer iets worden dat helemaal bij jou past.

Kun je iets doen tegen haaruitval?

Bij sommige behandelingen kan hoofdhuidkoeling helpen om haaruitval door chemotherapie te verminderen. Of dit mogelijk is, hangt af van de behandeling die je krijgt. Je kunt dit samen met je arts of verpleegkundige bespreken. Hoofdhuidkoeling werkt bovendien niet bij iedere behandeling even goed.

Je kunt daarnaast je hoofdhuid voorzichtig verzorgen. Gebruik bijvoorbeeld een milde shampoo en wees voorzichtig met borstelen. Bescherm je hoofd ook tegen de zon en kou.

Vraag bij twijfel altijd advies aan je arts of verpleegkundige.

Praat erover als je het moeilijk vindt

Je hoeft dit niet alleen te dragen.

Vertel aan iemand die je vertrouwt dat je moeite hebt met je veranderde uiterlijk. Dat kan je ouder zijn, een broer of zus, vriend(in), leerkracht, verpleegkundige of iemand anders bij wie jij je veilig voelt.

Soms helpt het al om gewoon te kunnen zeggen:

“Ik vind het moeilijk dat mijn haar weg is.”

Je hoeft niet meteen een oplossing te hebben. Iemand die naar je luistert kan al heel belangrijk zijn.

Jij bent meer dan je haar

Het kan voelen alsof iedereen naar je haar kijkt. Maar jouw haar vertelt niet wie jij bent.

Je bent niet je kapsel.

Je bent niet je ziekte.

Je bent niet de behandeling die je krijgt.

Je bent gewoon jij.

Met of zonder haar.

Met een muts, pruik, pet of helemaal niets op je hoofd.

Conclusie

Haar verliezen door kanker kan een grote verandering zijn. Misschien word je onzeker, verdrietig of boos. Misschien vind je het helemaal niet erg. Iedere reactie is normaal.

Je kunt zelf kiezen of je een pruik, muts, pet of sjaal wilt dragen. Je kunt ook zonder bedekking rondlopen. En als mensen vragen stellen, hoef je alleen te vertellen wat jij wilt vertellen.

Het belangrijkste om te onthouden is dat je uiterlijk misschien tijdelijk verandert, maar jij verandert niet in wie je bent. Je haar kan na de behandeling weer terugkomen en kan er dan zelfs anders uitzien dan vroeger.

En op moeilijke dagen hoef je niet sterk te doen. Praat erover met iemand die je vertrouwt. Je hoeft dit niet alleen te doen.