Soms kan je hoofd maar niet stoppen met nadenken. Zeker als je kanker hebt, kunnen er ontzettend veel gedachten tegelijk door je hoofd gaan. Je kunt piekeren over je behandeling, pijn, school, vrienden, je lichaam of wat er allemaal nog gaat gebeuren.
Misschien denk je steeds: “Wat als het niet goed gaat?” Of: “Hoe zal mijn volgende behandeling zijn?” En juist als je wilt slapen, lijkt je hoofd extra hard te gaan werken.
Piekeren betekent niet dat je iets verkeerd doet. Het betekent vaak dat je hoofd probeert grip te krijgen op iets wat spannend, onzeker of moeilijk is.
Waarom ga je zo veel piekeren als je kanker hebt?
Als je kanker hebt, gebeurt er veel waar je niet zelf voor hebt gekozen. Je moet misschien vaak naar het ziekenhuis, onderzoeken krijgen of behandelingen ondergaan.
Je weet misschien niet altijd wat er gaat gebeuren. Die onzekerheid kan ervoor zorgen dat je gedachten blijven rondjes draaien.
Je kunt bijvoorbeeld piekeren over:
- je volgende behandeling;
- of je pijn zult hebben;
- wat de dokter gaat vertellen;
- hoe lang je ziek zult zijn;
- school en huiswerk;
- vrienden die je minder ziet;
- hoe je eruitziet door je behandeling;
- wat andere kinderen van je denken;
- je familie;
- de toekomst.
Soms weet je niet eens precies waarom je piekert. Je voelt je gewoon onrustig in je hoofd.
Piekeren maakt problemen vaak groter
Een gedachte kan zichzelf steeds opnieuw herhalen.
Je denkt bijvoorbeeld:
“Straks word ik weer misselijk.”
Daarna denk je:
“En als ik daardoor niet kan eten?”
En vervolgens:
“Wat als ik daardoor nog langer ziek blijf?”
Voor je het weet ben je heel ver vooruit aan het denken.
Maar belangrijk om te onthouden: een gedachte is geen voorspelling.
Dat je bang bent dat iets gebeurt, betekent niet dat het ook echt gaat gebeuren.
Probeer je gedachten een naam te geven
Als je merkt dat je veel piekert, kan het helpen om te zeggen:
“Ik ben aan het piekeren.”
Dat klinkt misschien simpel, maar het kan helpen om een beetje afstand te nemen van je gedachten.
Je kunt bijvoorbeeld denken:
“Mijn hoofd zegt dat er iets ergs kan gebeuren. Maar dat betekent niet dat het ook echt gebeurt.”
Je hoeft een gedachte dus niet altijd te geloven.
Schrijf je zorgen op
Soms blijven gedachten rondjes draaien omdat je bang bent dat je iets vergeet.
Pak een schrift, je telefoon of een vel papier en schrijf op wat er in je hoofd zit.
Bijvoorbeeld:
Waar maak ik me zorgen over?
- Mijn behandeling.
- Mijn haar.
- School.
- Mijn vrienden.
- Of ik pijn krijg.
Je hoeft het probleem niet meteen op te lossen. Alleen opschrijven kan al helpen om je hoofd wat rustiger te maken.
Maak een piekermoment
Het klinkt misschien gek, maar je kunt proberen een speciaal piekermoment af te spreken met jezelf.
Bijvoorbeeld iedere dag 15 minuten.
Als je overdag begint te piekeren, kun je tegen jezelf zeggen:
“Deze gedachte bewaar ik voor mijn piekermoment.”
Tijdens dat moment mag je alles opschrijven of erover nadenken.
Daarna probeer je het piekeren weer los te laten.
Dit lukt misschien niet meteen. Dat is helemaal niet erg. Je oefent ermee.
Praat over wat er in je hoofd zit
Je hoeft je zorgen niet alleen te dragen.
Praat bijvoorbeeld met:
- je vader of moeder;
- een broer of zus;
- een vriend of vriendin;
- je arts of verpleegkundige;
- een psycholoog;
- een pedagogisch medewerker in het ziekenhuis;
- iemand anders bij wie jij je veilig voelt.
Je hoeft niet precies te weten hoe je het moet uitleggen.
Je kunt gewoon zeggen:
“Mijn hoofd blijft maar piekeren en ik weet niet hoe ik het moet stoppen.”
Dat is al genoeg om een gesprek te beginnen.
Zoek afleiding die bij jou past
Soms helpt het om je aandacht even ergens anders op te richten.
Je kunt bijvoorbeeld:
- gamen;
- muziek luisteren;
- tekenen;
- een film of serie kijken;
- lezen;
- knutselen;
- met iemand praten;
- een spelletje doen;
- naar buiten gaan als dat kan;
- met je huisdier knuffelen.
Afleiding betekent niet dat je je gevoelens moet wegstoppen. Het betekent dat je je hoofd even een pauze geeft.
Probeer rustig adem te halen
Als je hoofd heel druk is, kan rustig ademhalen helpen om je lichaam wat meer te ontspannen.
Probeer bijvoorbeeld:
Adem rustig in.
Tel langzaam tot vier.
Adem rustig uit.
Tel weer tot vier.
Doe dit een paar keer.
Je hoeft je gedachten niet weg te duwen. Laat ze er maar zijn terwijl je rustig blijft ademhalen.
Je hoeft niet alles onder controle te hebben
Misschien probeer je alles te bedenken wat er kan gebeuren, zodat je voorbereid bent.
Dat is heel begrijpelijk.
Maar je kunt niet alles voorspellen.
Sommige dingen weet je pas wanneer ze gebeuren. En dat kan spannend zijn.
Probeer jezelf daarom soms te zeggen:
“Ik hoef vandaag niet alles op te lossen.”
Vandaag hoef je alleen maar vandaag te doen.
Wat als je vooral ’s nachts piekert?
Veel kinderen en jongeren merken dat piekergedachten sterker worden wanneer ze in bed liggen.
Overdag gebeurt er van alles. Maar ’s nachts is het stil en krijgt je hoofd alle ruimte.
Je kunt proberen om voor het slapen gaan je gedachten op te schrijven.
Schrijf bijvoorbeeld:
“Hier maak ik me vandaag zorgen over. Morgen kijk ik er opnieuw naar.”
Daarna kun je iets rustigs doen, zoals muziek luisteren, een verhaal lezen of rustig ademhalen.
En als je niet kunt slapen omdat je je zorgen maakt, vertel het dan aan je ouders of iemand die bij je is.
Je hoeft niet sterk te zijn
Misschien krijg je soms te horen dat je sterk bent omdat je kanker hebt.
Maar je hoeft niet altijd sterk te zijn.
Je mag bang zijn.
Je mag verdrietig zijn.
Je mag boos zijn.
Je mag onzeker zijn.
En je mag zeggen dat je het even niet meer weet.
Ook als je kanker hebt, ben je niet alleen maar een ziek kind. Je bent nog steeds jij. Met je eigen gevoelens, humor, dromen, hobby’s en gedachten.
Wanneer moet je hulp vragen bij piekeren?
Een beetje piekeren is heel normaal. Maar soms worden zorgen zo groot dat ze je dagelijks leven in de weg zitten.
Vertel het dan aan een volwassene die je vertrouwt.
Doe dat bijvoorbeeld wanneer je:
- bijna voortdurend angstig bent;
- slecht of helemaal niet kunt slapen;
- nergens meer plezier in hebt;
- steeds verdrietig bent;
- veel lichamelijke spanning voelt;
- niet meer goed kunt ontspannen;
- voortdurend bang bent voor je behandeling;
- je zorgen niet meer zelf kunt stoppen.
Je hoeft niet te wachten totdat het echt niet meer gaat.
Hulp vragen is geen teken dat je zwak bent. Het betekent dat je goed voor jezelf probeert te zorgen.
Onthoud dit als je hoofd blijft piekeren
Als je hoofd maar blijft doorgaan, probeer dan stap voor stap wat ruimte te maken.
Je kunt:
1. Je gedachte herkennen.
“Mijn hoofd is aan het piekeren.”
2. Je zorgen opschrijven.
Zet ze uit je hoofd op papier.
3. Rustig ademhalen.
Geef je lichaam een moment om te ontspannen.
4. Afleiding zoeken.
Doe iets waar jij plezier of rust uit haalt.
5. Erover praten.
Vertel iemand wat er in je hoofd gebeurt.
En vooral: je hoeft niet alle antwoorden vandaag te hebben.
Conclusie: jouw gedachten zijn niet de baas over jou
Piekeren kan ontzettend vermoeiend zijn, zeker als je kanker hebt. Er zijn misschien veel dingen waar je onzeker over bent en waar je geen controle over hebt.
Maar een gedachte is niet hetzelfde als de werkelijkheid.
Je hoeft je gedachten ook niet helemaal weg te krijgen. Het kan al helpen om ze te herkennen, erover te praten en jezelf af en toe een pauze te geven.
En als het piekeren te veel wordt, hoef je het nooit alleen te doen. Vraag iemand om hulp.
Jij bent meer dan je kanker. En ook als je hoofd even helemaal vol zit, blijf jij gewoon jezelf.